
Ingrediënt
Laos
Op het eerste gezicht lijkt laos op gember. Dezelfde knobbelige vorm, dezelfde plek in de toko. Maar snijd hem open en je ruikt het verschil meteen: minder pittig en zoet, meer citrus, dennen en peper. Het is een van de smaken die een Indonesische of Thaise saus doen klinken als iets wat je niet zelf had kunnen maken.
Wat is het?
Laos, in het Engels galangal, is de wortelstok van een plant uit de gemberfamilie. In Indonesië heet hij lengkuas, in Thailand kha. Hij is verwant aan gember, maar smaakt heel anders. De schil is lichter, bijna crèmekleurig met roze ringen, en het vruchtvlees is veel harder en vezeliger.
Smaak en eigenschappen
Gember is warm, scherp en een beetje zoet. Laos is frisser, kruidiger en bijna zeepachtig-citrusachtig, met een lichte dennenbite. Je kunt ze niet zonder gevolgen verwisselen. Heb je geen laos, dan werkt gember in nood, maar je gerecht wordt anders. In een rendang of tom kha proef je dat verschil.
Waar gebruik je het?
- In boemboe: zoals de kruidenpasta in je rendang. Laos hoort bij de basis, samen met knoflook, ui en kurkuma.
- In soepen: tom kha gai en soto zijn zonder laos niet af.
- In curry’s en stoofgerechten: een paar plakjes die meekoken geven diepte zonder dat ze de boventoon voeren.
- Als hele plakken: laat ze meekoken en haal ze er aan het eind uit, net als laurier. Ze zijn te taai om te eten.
Tips
- Laos is bikkelhard, dus snijd hem in dunne plakjes voordat je hem fijnmaalt, anders gaat je keukenmachine of vijzel er niet doorheen. Een stompe mixer krijgt er geen vat op en je houdt vezels over.
Bewaren
Verse laos vind je bij de toko en vaak ook bij de Aziatische supermarkt. Bewaar hem een paar weken in de koelkast, in keukenpapier gewikkeld, of snijd hem in plakken en vries hem in.